Der heilige St. Evermarus

Der heilige Evermarus war nach der Legende ein friesischer Adeliger, der mit sieben Gefährten gegen Ende des 7. Jahrhunderts nach Santiago de Compostela (Spanien), der damaligen Hochburg christlicher Wallfahrten, pilgerte. Auf der Rückreise wurden sie bei Herstappe (Rutten) in der Nähe von Tongeren (Belgien) von der Räuberbande des Hacoo überfallen und ermordet. Nach der Legende entdeckte Pippin von Herstal die Leichname während eines seiner Jagdausflüge und ließ sie bestatten.

Im Jahr 968 wurde Evermarus heiliggesprochen und seine Gebeine in die Kirche St. Martin in Rutten (Belgien) übertragen. Im 11. Jahrhundert errichtete man dann am Ort der Auffindung des ermordeten Heiligen eine Kapelle.

Die Kirche St. Martin und die Evermarus-Kapelle zu Rutten gehörten seit dem 13. Jahrhundert zur Abtei Burtscheid bei Aachen. Als gegen Ende des 15. Jahrhunderts Rutten in kriegerische Ereignisse verwickelt wurde, überführte man die Reliquie in die sichere Patronatsabtei Burtscheid. Nachdem die Gefahr für Rutten beendet war, holte man das Reliquiar mit den Gebeinen des Heiligen nach Rutten zurück. Allerdings verblieb die in einem weiteren Reliquiar eingeschlossene Schädeldecke in Burtscheid. Dieses Reliquiar befindet sich heute im Abteischatz St. Johann, Aachen-Burtscheid.

Am 10. Oktober 1480 beurkundet Bischof Ägidius von Tournai, das Haupt und andere Reliquien der Abtei Burtscheid übersandt zu haben (Staatskanzlei Düsseldorf u. a.). Über die Rückgabe eines Teiles der Reliquien nach Rutten gibt es keine Daten.

Die Hirnschale fand erst 1707 Aufnahme in ein Büstenreliquiar.Dort ließ wohl ursprünglich eine Glasplatte den Blick auf die Reliquie zu. Diese wurde dann durch eine öffenbare Silberkalotte ersetzt.

Die Burtscheider Abteischatzkammer mit wertvollen Zeugnissen der Abteivergangenheit seit 997 ist zu bestimmten Zeiten regelmäßig geöffnet.

Zum Festtag des Hl. Evermarus findet alljährlich am 1. Mai ein Mysterienspiel an der Kapelle in Rutten statt. In diesem sogenannten Evermarusspiel werden die Geschehnisse bei der Ermordung des heiligen Evermarus und seiner Gefährten von Laienspielern nachgestellt.

Quelle: www.Wikipedia.de

Gedenktag katholisch: 1. Mai
Name bedeutet:
der berühmte Eber (althochdt.)
Märtyrer
* in Friesland
† um 700 in Russon bei Tongern

Nach späterer Überlieferung war Evermar unterwegs auf einer Wallfahrt zum Grab des Servatius in Maastricht, als er zusammen mit sieben Gefährten ermordet wurde.

Schon im 10. Jahrhundert wurde Evermar in Russon verehrt.

Quellen: www.heiligenlexikon.de

 

Text von einer belgischen Evermarus-Seite:

Legende uit Rutten over de martelaar Evermarus

Evermarus met zijn gezellen in de processie

In de achtste eeuw kwam er uit Friesland een pelgrim met de naam Evermaar. Zeven gezellen stapten met hem mee. De acht pelgrims droegen breedgerande hoeden en lange mantels. Hun hand omklemde de lange pelgrimsstaf en op hun mantel waren blanke jakobsschelpen genaaid, ter ere van Sint-Jakob, de patroon van alle pelgrims op de verre wegen. De weg was ver, maar ze stapten moedig voort, dwars door Frankrijk naar Baskenland in Spanje. Naar Sint-Jakob van Compostella. Na enkele maanden keerden ze terug, zielsgelukkig dat ze onverlet bleven op de gevaarlijke pelgrimstocht.
Ze kwamen over de Ardennen maar voor ze naar huis terugkeerden, wilden ze nog eerst de goede heiligen onderweg vereren. Ze gingen eerst naar Nijvel, dan naar Stavelot. Ze wilden ook nog langs Maastricht, waar de grote bisschop Servatius begraven lag. Onderweg verdwaalden ze echter in een bos bij Rutten.
Hakko met zijn trawanten in de processie Het was al duister toen ze een woning bereikten. Ze kopten aan en een vrouw deed open. Evermaar zei: "In 's hemelsnaam, laat ons hier rusten tot morgenvroeg. Wij komen uit Compostella." De vrouw stemde toe maar waarschuwde hen dat haar man, Hakko, hoofdman was van een roversbende. Als hij hen zou aantreffen 's morgens, zou hij hen zeker vermoorden. Evermaar beloofde in de schuur te slapen en 's ochtends vroeg te vertrekken.
Een kwartier nadat de pelgrims vertrokken waren, kwam Hakko thuis. Een knecht vertelde wat er gebeurd was en Hakko trommelde zijn spitsbroeders bijeen. Samen donderden ze het erf af, de pelgrims achterna. Na uren zoeken, vonden ze de pelgrims, die alweer wat lagen te slapen in het bos. Hakko maakte hen wakker en vermoordde zeven gezellen. De jongste onder hen kon echter ontsnappen, maar werd al vlug betrapt door de rovers. Na een achtervolging van een uur werd ook hij vermoord. Hakko en zijn trawanten stalen het bezit van de vermoorde pelgrims en lieten ze onbegraven achter.
Evermarus met zijn gezellen gevangen Een week later ging hofmeier Pepijn van Herstal met zijn mannen op jacht in dat bos. Ze ontdekten de lijken en Pepijn zag dat het hoofd van Evermaar licht leek uit te stralen. Hij liet Evermaar apart begraven en de anderen werden samen in een kuil begraven.
Twee eeuwen later ontdekte een pastoor het graf van Evermaar. Hij liet de vermoorde pelgrim ontgraven en na heel wat onderhandelen met de bisschop, mocht de pastoor de relieken van Sint- Evermaar op het altaar verheffen.

Sint-Evermaar heeft Rutten en omstreken vele eeuwen moed en zegen geschonken en elk jaar vieren ze dan ook hun Sint-Evermaar op 1 mei. Een stoet trekt naar een weiland en dan wordt de bovenstaande legende uitgebeeld.